Amper één week na de publicatie op 11 november 2025 van het verhaal over Valère Vanden Abeele op onze blog vielen er twee reacties in de mailbox van Erfdeel Kluisbergen.
Een eerste lezer gaf ons een tip op de denkpiste dat de vermiste soldaat mogelijks in Groot-Brittannië gezocht moest worden en dat we daarbij het spoor van de hospitaaltreinen konden volgen.
De tekst bereikte ook enkele achterkleinkinderen van Florent en Melanie (Alodie/Elodie) Vanden Abeele en zij kwamen met een verrassende mededeling: ‘Valère is gevonden!’.
De voorbije twee maanden werd oud en nieuw archiefmateriaal herbekeken en dat leverde toch interessante weetjes op, maar tegelijkertijd ook heel wat tegenstrijdigheden en nog steeds onopgehelderde feiten.
Blijkbaar heeft Georges Van Wambeke (1932-2025) in 1997 een poging ondernomen om het dossier van zijn nonkel Valère opnieuw te openen. Daaruit volgde wat briefwisseling met het Centrum voor Historische Documentatie (CHD) van de Belgische Krijgsmacht. In die verzamelde documenten zitten een zestal kopieën uit het Persoonlijk Militair Dossier van Valère, allen opgemaakt tussen 1921 en 1928!? Ter verduidelijking: Valère is al sinds oktober 1914 ‘vermist’!! Uit de hoofding van één formulier weten we eindelijk dat Valère deel uit maakte van de 6de Leger Divisie, bij het 1ste Regiment Grenadiers – 2de Bataljon – 3de Compagnie, maar op datzelfde blad staat diezelfde informatie maar dan wel bij het 2de Regiment Grenadiers. Op zich is dit best mogelijk: vóór de mobilisatie in 1914 was het Regiment Grenadiers de enige infanterie-eenheid zonder nummer. Door een overtal aan soldaten, werd het Regiment ontdubbeld in een 1ste en een 2de Regiment. Na de capitulatie van Antwerpen werden de beide Regimenten terug herenigd. Op dit document van 28 augustus 1923 staat ook tweemaal: ‘Renvoyé dans son foyer op 23 oktober 1914’ (op andere documenten staat 22 oktober 1914) en er wordt verwezen naar Artikel 205 uit ‘L’ Instruction Générale de la Mobilisation’! In zijn brief aan Defensie vraagt Georges een kopie van dat artikel, maar zij slagen erin de verkeerde documenten door te sturen: Artikel 205 uit de Algemene Instructies over het Lotingsysteem!??
Een ander document uit het dossier – afgestempeld op 31 januari 1928!! – meldt dat in 1915 of 1916 een onderofficier van de Rijkswacht Valère heeft gezien als burger, werkende op een boerderij tussen Adinkerke en De Panne … ??
Bijna zes jaar na de brief van Georges aan Defensie is er ook nog een antwoordje van de gerenommeerde Prof. Dr. Luc De Vos van de Koninklijke Militaire School. Ook hij stelt vast dat het CHD foute afschriften van Art. 205 heeft overgemaakt. De professor verwijst in zijn schrijven naar een historisch feit: het 2de Bataljon, waarin Valère diende, deed op 22 oktober 1914, onder het bevel van Graaf Majoor Henri d’Oultremont, een tegenaanval op de Duitsers in de bocht van Tervate … de verliezen waren enorm. Prof. Dr. Luc De Vos gaat ervan uit dat Valère tijdens deze veldslag gesneuveld is en dat zijn lichaam nooit is gevonden door de inundaties van de IJzer … ??
Maar wij weten intussen beter. Valère heeft niet deelgenomen aan dit offensief: hij lag op 20 oktober reeds in een (veld)hospitaal waar hij twee dagen later afgekeurd werd voor de velddienst! En de onderwaterzetting van de IJzervlakte gebeurde pas een week later!
Ere wie ere toekomt. Op 17 november 2025 laat Godfried Verplanken uit de Driesstraat weten dat hij via Geneanet – een website voor stamboomonderzoek – de overlijdensakte van Valère Maurice Vanden Abeele heeft gevonden in Mussidan, Dordogne – Frankrijk:

Onze vermiste soldaat is dus overleden in een hospitaal te Mussidan op 21 mei 1915. Kwaremont wordt hier als ‘Careumont’ geschreven. Er wordt niet vermeld dat hij een Belgisch soldaat was. Sinds zijn ‘inapte au service de campagne’ wordt hij, net als alle andere Belgische vluchtelingen, beschouwd als een ‘réfugé’! Akten worden steeds in duplicaat opgemaakt: één voor de gemeente die ze opmaakt en één voor de Rechtbank van Eerste Aanleg. Op het andere exemplaar staat – in de kantlijn – zijn doodsoorzaak vermeld: tuberculose.
Uiteraard blijven er nog steeds tal van vragen onbeantwoord:
- Wat is er met Valère gebeurd rond 20 oktober 1914? Was hij gewond? Werd hij ziek?
- In welk (veld)hospitaal werd hij behandeld en verzorgd?
- Door wie en waarom werd hij op 22 oktober afgekeurd voor verdere dienstplicht?
- Hoe, waarom en wanneer kwam hij – circa 670 km ten zuiden van Calais – in het hospitaal van Mussidan terecht?
- Bestaat zijn graf nog?
- Waarom heeft de gemeente Mussidan, na 1918, geen afschrift van de overlijdensakte overgemaakt aan de burgerlijke stand van de gemeente Kwaremont?
Archiefgewijs:
- Zitten er nog aanknopingspunten in het Persoonlijk Militair Dossier van Valère dat zich in een Depot van het Rijksarchief te Brussel bevindt?
- Bestaan er registers van het Rode Kruis, die deze (veld)hospitalen bemanden?
- Is er iets te vinden in de velddagboeken van de 3de Compagnie waarvan Valère deel uitmaakte?
- Wie coördineerde de Belgische vluchtelingenstroom in Frankrijk?
Extra mailverkeer naar Defensie, het Kenniscentrum te Ieper of la Mairie van Mussidan heeft nog geen nieuwe elementen aan het licht gebracht. Vandaag – 14 januari 2026 – is er een persmoment. Hopelijk leveren deze krantenartikelen alsnog iets interessant op.
Dat Valère op slechts twee dagen tijd ongeschikt werd verklaard voor de dienst, kan alleen maar betekenen dat hij zeer ernstig gewond was, want op dat moment van de oorlog was elke soldaat meer dan welkom. In de brief van Georges wordt beweerd dat de familie in de eerste weken van de Groote Oorlog een brief van hun zoon/broer heeft ontvangen met de mededeling dat hij gewond was. Al is niet duidelijk wanneer en waar die brief was opgesteld. Er is ook sprake van een eervolle onderscheiding … een medaille!? Maar al bij al: ondanks de vele nog resterende vragen is Valère na meer dan 111 jaar ‘terecht’. Ik hoop dat de familie dit hoofdstuk nu kan afsluiten … en dat er de komende maanden werk wordt gemaakt om Valère een postume plaats te geven op het herdenkingsmonument te Kwaremont.
Marc De Donder
