(… en God zag dat het goed was – Genesis* 1:28)
Een bijdrage naar aanleiding van 11 november – Wapenstilstand
Op 28 maart 2025 postte Pascal Havenne een bijzonder krantenknipsel op de Facebookpagina van le Cercle d’Histoire et d’Archéologie CHAPPE Mont-de-l’Enclus, onze collega’s van over de taalgrens.

Op dit familieplaatje is iedereen verzameld in zijn/haar beste outfit. Afgaand op de leeftijd van de kinderen moet de foto genomen zijn rond 1925 (het handgeschreven opschrift ‘1928’ slaat waarschijnlijk op het krantenartikel).
Vooraan in het midden zitten Florent Vanden Abeele, samen met zijn vrouw Melanie Alodie (Elodie) Cordier. Ze worden omringd door hun 17 kinderen: 5 zonen, 11 dochters én – opvallend – op de voorgrond, een fotokader van een soldaat.
Vader Florent werd geboren te Kwaremont op 6 april 1865. Hij woonde in Zulzeke toen hij op 16 oktober 1891 huwde met Elodie, te Nukerke. Florents vader, Felix, was boswachter in Zulzeke. Zelf bleef Florent zijn ganse leven actief als landbouwer. Melanie – of Elodie – zag het levenslicht in Nukerke op Sinterklaasdag 1869. Haar vader was metser van beroep terwijl zij, volgens de huwelijksakte, werkzaam was als weefster.
“Een zoon die sneuvelde in den oorlog” is Valère Maurice, hun eerstgeborene, de knaap in het fotokader. MAAR! Zijn naam ontbreekt op het herdenkingsmonument van Kwaremont. Ook in ‘De Lange Weg naar Kluisbergen’ van Berten De Keyzer wordt hij niet vernoemd. Zelf vond ik ook geen vermelding van hem in de overlijdensakten van de gemeente Kwaremont tussen 1914 en 1920. En zelfs de namenlijst van het In Flanders Fields-kenniscentrum vermeldt geen enkele Valère of Maurice Vanden Abeele. Enkel het War Dead Register maakt melding van deze soldaat. “Valère Maurice Van Den Abeele” – met Stamnummer 135/49405 van de lichting 1912 – was tijdens WO1 onder de wapens bij het 1ste Regiment Grenadiers (1 Gr). Zijn militaire fiche vermeldt echter niet bij welk bataljon of in welke compagnie hij diende. Daarop komt een paar keer de datum “22.10.14” voor. Het feit dat hij, tien jaar na de wapenstilstand, toch mee mag op de familiefoto is vrij uitzonderlijk.
Brave little Belgium (het dappere kleine België)
Wie WO1 zegt, denkt meteen aan de IJzer, Diksmuide en Ieper, met zijn Menenpoort en de Last Post. Sta me toe een kort, doch geen al te fraai beeld te schetsen van de eerste 12 weken van dit conflict.
Door de steeds toenemende dreiging tegen de soevereiniteit en de neutraliteit van België, besliste de regering om de getalsterkte van het leger op vredesvoet te versterken: 3 lichtingen werden op 29 juli 1914 gemobiliseerd, waaronder ook de lichting 1912. Twee dagen later volgde een algemene mobilisatie. Toen het Duitse Keizerrijk op dinsdag 4 augustus 1914 België binnenviel, beschikte het Belgisch leger over 117.000 veldtroepen aangevuld met een paar duizend vrijwilligers, versterkt met 65.000 vestingtroepen (reservisten), 46.000 leden van de Burgerwacht en 1.500 Gendarmen. Andere bronnen vermelden een getalsterkte van +/- 220.000 manschappen.
Vanaf de hoogvlakte van Herve trekken de Duitsers richting Luik. Daar worden ze in hun opmars gestuit door de vestingsoldaten die een paar successen boeken. Ook in Frankrijk worden de Pruisen gedwongen zich terug te trekken. Op 12 augustus behaalt ons veldleger een heroïsche overwinning tijdens de Slag der Zilveren Helmen te Halen. Als de bevolking deze nieuwsfeiten verneemt, is er volop hoop dat deze oorlog snel voorbij zal zijn: slechts een paar weken, hoogstens enkele maanden, maar zeker vrede met Kerst. De motivatie en de strijdvaardigheid van onze troepen in de achterste linies is groot. We zullen ons land bevrijden van die Germaanse barbaren die ons zullen smeken om naar hun heimat terug te kunnen keren.
Maar die euforie is van korte duur. Onze vestingtroepen te Luik houden slechts 12 dagen stand. Al snel vallen Tienen, Leuven, Aarschot en Mechelen in Duitse handen. Ook Hoei, Dinant, Namen en Maubeuge worden onder de voet gelopen. In de eerste vier weken van de inval trekken zowat één miljoen burgers (vrouwen en kinderen maar ook complete gezinnen) de grens over naar het neutrale Nederland, waar ze worden opgevangen door gastgezinnen. In het zuiden vluchten families naar Frankrijk (nu het nog kan), en wie het kan betalen neemt in Oostende de maalboot naar Engeland. De ouderlingen die deze exodus fysiek niet meer aankunnen blijven in hun huisjes. Op de boerderijen zijn enkel vaders en hun zonen nog aanwezig, zowel om hun have en goed te beschermen als om de oogst binnen te halen en voor het vee te zorgen.
Van Oost naar West trekt een oprukkend Duits leger een spoor van vernieling door de dorpen en de steden: plundering, vernietiging, brandstichting en represailles. Waar ze voorbij trekken plunderen de vaak dronken Duitse soldaten voorraadkasten en kelders. Inboedel en huisraad worden totaal vernield. Waardevolle zaken zoals zilverwerk en schilderijen worden als oorlogsbuit op karren geladen. Wie enige weerstand biedt belandt op de bajonet, wordt de schedel ingeslagen met de kolf van een geweer of en plein public geëxecuteerd. Bij hun opmars worden huizen, stallen en schuren in brand gestoken. In de eerste vier weken sneuvelen zowat 4.250 Belgische militairen tegenover een kleine 5.000 burgerslachtoffers!
Het 1ste Regiment Grenadiers maakt deel uit van de 6de Leger Divisie (6 D.A.). Deze divisie heeft als opdracht de Pruisische aanvallen af te slaan op de lijn Antwerpen-Mechelen-Leuven-Namen. Twee weken na de inval beveelt onze koning om het veldleger terug te trekken binnen het ‘Réduit national’ – militaire bolwerk – van Antwerpen: de fortengordel. Zo hoopt men de stad en haar haven te vrijwaren. Twee dagen later, op 20 augustus 1914, trekken de Duitsers Brussel binnen. Vanuit het réduit worden constant acties opgezet om de opmars van de Duitsers naar Antwerpen te stuiten en om de vijand terug te dringen. Na vijf weken oorlog hebben sommige Compagnies nog geen Pruis gezien, laat staan één schot gelost. Het vele op- en afmarcheren, stellingnemen, terugtrekken, nieuwe orders die bij vertrek wederom worden gewijzigd, zeer korte nachtrust, gebrekkige voedselbedeling, de loden zon van augustus, de gietende regen van september, … zorgen ervoor dat het moreel letterlijk in de tot op de draad versleten bottines zinkt van onze soldaten, die een maand geleden nog zo gemotiveerd waren. Een verhaal van stramme spieren, voeten vol etterende blaren, en dat wie het tempo niet kan volgen achterblijft. Het rantsoen bestaat uit een blik sardines met een homp brood. Voor persoonlijke hygiëne en onderhoud van het wapen is er geen tijd. Overnachtingen te velde gebeurt onder de blote hemel, de kapotjas als deken en de ransel als kopkussen. Wie als laatste aankomt in het dorp waar ingekwartierd wordt heeft geen logement en krijgt niets meer te eten: het voedsel is reeds uitgedeeld, verkocht of gestolen. Een gesprek met de achtergebleven bevolking is vaak de enige vorm van informatie over de situatie op het terrein.
En dan toch, vrij onverwacht, dat allereerste contact met de vijand in buurt van Zemst: de Franstalige bevelen worden slecht of niet begrepen door Jan Soldaat en de geweren haperen, … de tol is zwaar. Een kogel door de ledematen doet het bot breken of versplinteren, een kogel door het onbeschermde hoofd (infanteristen hadden nog geen stalen helm) is fataal. Scherven van een obus, een granaat of schrapnels rukken ledematen af, scalperen de schedel of slaan de ingewanden uit het lichaam. We moeten durven toegeven dat ons Belgisch leger niet voorbereid was op een oorlog, en dit zowel op strategisch, organisatorisch en logistiek vlak en dat het al zeker tekort schoot in de communicatie.
Het beleg van Antwerpen duurt zowat twee maanden en eist enorme verliezen voor onze troepen. Onze soldaten zitten er als ratten in de val: bevoorrading en versterking lukken niet meer via de afgesloten toegang tot de Westerschelde. Antwerpen wordt uiteindelijk opgegeven en capituleert op 10 oktober. In de chaos die hierop volgt vluchten meer dan 33.000 Belgische militairen naar het neutrale Nederland, dit om te ontsnappen aan het krijgsgevangenschap en totaal ontmoedigd door de aanslepende oorlogssituatie. Eenzelfde aantal is krijgsgevangen genomen. Voeg daarbij nog zowat 8.300 gesneuvelden en een veelvoud daarvan aan gewonden … ons leger is zo goed als gehalveerd.
Een paar dagen later begint de 1ste Slag om Ieper maar het 1ste Regiment Grenadiers bevindt zich op dat moment op een paar kilometer ten noorden van Diksmuide in de omgeving van Stuivekenskerke. Hun opdracht is om het Pruisische geweld te stoppen aan de IJzer. Vanaf 18 oktober zijn er zware gevechten langs de IJzerbocht van Tervate. Op 22 oktober slagen de Duitsers erin de linkeroever van deze rivier in te nemen. Op vier dagen tijd sneuvelen er minstens 1.350 Belgische militairen op het veld van eer! Ook bij het 1 Gr is de tol hoog. Wat de soldaten niet konden, kan het water eind oktober wel: een groot deel van de IJzervlakte wordt blank gezet door het openzetten van de zeesluizen te Nieuwpoort. De Duitsers moeten zich terugtrekken en er ontstaat een patstelling: de Groote Oorlog zal in Vlaamsche velden nog vier jaar lang verder woeden, over een smalle frontlijn in de Westhoek, waar ook het 1 Gr in een loopgravenoorlog terechtkomt. […]
Op 11 november 1918 wordt een vredesbestand ondertekend in een treinstel in het bos nabij Compiègne. Zeven en een halve maand later volgt het Verdrag van Versailles. In deze periode van wapenstilstand vragen onze soldaten massaal verlof aan om, na meer dan vier jaar, herenigd te worden met hun families, … maar Valère Vanden Abeele komt niet thuis…
Terug naar het krantenknipsel
En inderdaad, Florent en Elodie hebben de Bijbel gevolgd en zich vermenigvuldigd.
Immers, de juiste tekst (titel) uit Genesis* luidt als volgt:
27. En God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen
28. Hij zegende hen en zei: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en onderwerp haar onder je gezag. Heers over […]”
… en zo gebeurde … het werd avond en het werd morgen …dit was dag 6 van het Scheppingsverhaal … de 7de dag rustte Hij uit … bekeek alles wat Hij had gecreëerd … en Hij vond dat het zeer goed was.
Opmerkelijk aan deze mooie kroost:
- Geen enkel kind stierf vóór de adolescentie en er werden ook geen levenloos geboren kinderen geregistreerd – wat in die tijd toch vrij uitzonderlijk was.
- Moeder was al 50 jaar oud toen haar laatste telg – Alice – het levenslicht zag.
- De kinderen werden aangesproken met hun eerste, tweede of zelfs derde voornaam (onderlijnd in de oplijsting die volgt).
- Vier van hen bleven ongehuwd: Valère, Germaine, Palmyre en Alice.
- Drie kinderen huwden met een Van Wambeke: Adèle, Anna en Richard.
- Twee dochters traden in het klooster in: Marie Elvira en Adolphine.
De kinderen op de foto zijn allen geboren in Kwaremont:
- Valère Maurice (°30/07/1892 – † ????) – Ongehuwd
- Emile Achille (° 23/10/1893 – † 08/05/1946) x Maria Bulteel
- Marie Adèle Bertha (° 06/02/1895 – † 04/02/1980) x Camiel Van Wambeke
- Marie Therese Anna (° 23/04/1896 – † 21/11/1974) x René Van Wambeke
- Octave Joseph (° 17/07/1897 – † 20/12/1969) x Emma Van Butsele
- Julia Marie (° 30/10/1898 – † 28/11/1978) x Maurice De Keyser
- Marie Helena Bertha (° 06/01/1900 – † 18/10/1989) x Julien De Kegelaire
- Marie Palmyre Rachelle (° 02/05/1901 – † 21/12/1965) x Georges Van Den Hecke
- Marie Elvira (° 12/02/1903 – † 12/03/1991) – Zuster Marie-Augustinus
- Joseph August (° 12/05/1904 – † 18/09/1973) x Emerentia Hantson
- Joseph Remi Richard (° 19/12/1905 – † 23/09/1944) x Elvire Van Wambeke
- Adolphine Cyrilla (° 08/01/1907 – † 14/11/1951) – Zuster Marie-Christiana
- Marcel Remi (° 09/09/1908 – † 08/01/1997) x Zulma T’Kint
- Marie Elisa Germaine (° 10/11/1909 – † 21/11/1998) – Ongehuwd
- Jeanne Palmyre Florence (° 15/03/1912 – † 21/07/1971) – Ongehuwd
- Gabriëlle Madeleine (° 03/04/1913 – † 20/11/1975) x Marcel Legrand
- Alice Martha Laura (° 28/12/1919 – † 18/05/1942) – Ongehuwd
De militaire fiche
Het eerste kanaal dat de familie aanspreekt om de verloren zoon op te sporen is het Internationale Rode Kruis. Eind mei 1919 is er al een negatief rapport over de piste naar eventuele internering in Nederland. Dan maar proberen bij het Belgisch leger. Uit die fiche blijkt dat er pas in september 1920 een procedure werd opgestart rond de ‘toestand’ van de ‘vermiste’. Vermoedelijk gingen de militaire autoriteiten ervan uit dat hij na de wapenstilstand gewoon naar huis was teruggekeerd? Wat volgt is een administratieve briefwisseling tussen Landsverdediging en het thuisfront te Kwaremont: het gemeentebestuur, zijn ouders (adres: Hameau Lamont 3 à Quaremont) en eventuele getuigen werden aangeschreven. De fiche, opgesteld in het Frans, is heel moeilijk te ontcijferen door de vele afkortingen en de summiere berichtgeving. Meer dan drie jaar is er zo goed als geen nieuw element in het dossier te bespeuren. Defensie volgt het dossier op, maar er komt weinig input uit Kwaremont. In november herlanceert het Ministerie haar enquête naar de Commandant van het 1 Gr en op 2 december wordt voor het eerst “Renvoyé dans ses foyer” [lees: teruggestuurd naar zijn haardstede] genoteerd! In december 1923 opent het regiment zelf een nieuw dossier om na te gaan of Valère gehospitaliseerd werd omwille van een behandeling vóór hij terug naar huis werd gestuurd. Een maand later volgt bevestiging: Valère werd op 20 oktober 1914 opgenomen in het D.D.6.D.A – vermoedelijk een (veld)hospitaal van de Leger Divisie – en twee dagen later overgebracht naar ‘la Place de Calais’ (?). De diagnose luidde: ongeschikt voor veldwerk [lees: medisch afgekeurd].
In augustus 1924 wordt nog een ultieme poging ondernomen: de gemeenten in West-Vlaanderen, waar het 1 Gr en de andere eenheden van de 6de Leger Divisie achter de linies hadden verbleven, worden aangeschreven met de vraag of Valère Maurice Vanden Abeele daar misschien was gedomicilieerd of begraven. Het antwoord uit Pervijze, Booitshoeke, Avekapelle, Houtem, Westkerke, Steenkerke, Wulveringem, Vinkem, Oeren, Alveringem, Wulpen, Oostduinkerke, Moeren, Koksijde, Veurne, Bulskamp, De Panne & Adinkerke was telkens negatief!
Op 14 november 1924, zes jaar na de wapenstilstand, worden zijn ouders officieel op de hoogte gebracht dat er van hun zoon geen enkel spoor werd teruggevonden. Op dat moment was Valère al meer dan 10 jaar vermist! In december 1925 wordt het dossier van soldaat Valère Maurice Vanden Abeele definitief afgesloten …
Epiloog
Als het onderzoek van Defensie correct is, moeten we besluiten dat Valère hoogstwaarschijnlijk (zwaar-) gewond werd tijdens de Slag om de IJzer op 19 of 20 oktober 1914, ergens tussen Pervijze en Tervate. Hij werd afgevoerd naar een verpleegpost achter de linies. Zijn verdict luidde: ‘inapte au service de campagne’! Maar waarom heeft hij nadien nooit meer contact opgenomen met zijn ouders, broers of zussen? Ligt hij begraven in een anoniem graf in de Westhoek of ergens in Noord-Frankrijk? Of is hij erin geslaagd om vanuit Calais Het Kanaal naar Engeland over te steken? Want tussen oktober 1914 en januari 1915 werden circa 25.000 gewonde soldaten verscheept naar het Verenigd Koninkrijk, onder hen ook Belgen.
Het laatste spoor van Valère? Ergens Bachten de Kupe … 22 oktober 1914 … hij was toen 22 jaar oud!
* * *
De Eerste Wereldoorlog telde ongeveer 41.000 gesneuvelde Belgische soldaten én meer dan 21.000 burgerslachtoffers onder onze bevolking.
Het 1ste Regiment Grenadiers betreurde 1.335 sneuvelde militairen op het veld van eer of zijn (kort) nadien bezweken aan hun verwondingen … het 2de Regiment Grenadiers zowat 364 …
* * *


Gedenkplaat aan de Kazerne Prins Albert en het vaandel van het 1ste Regiment Grenadiers met de vermelding: “VELDTOCHT 1914 – 1918 – Antwerpen Tervaete Yzer Steenstraete Passchendaele”
Vader Florent stierf op 26 december 1932, moeder Elodie op 15 oktober 1942, beiden te Kwaremont.
* * *
Wie helpt dit mysterie op te lossen? Misschien ligt het antwoord nog verscholen in een vergeten veldgraf, een vergeeld archiefstuk of is het een familieverhaal dat wacht om verteld te worden.
Alle tips zijn welkom. Want Valère verdient zijn plaats in onze dorpsgeschiedenis.
Benieuwd naar het vervolg? Lees ook deze bijdrage!
Bronnen:
- Archief Rode Kruis: Prisoners of the First World War ICRC – historical archives
- De Bijbel – Het Scheppingsverhaal volgens Genesis in het Oude Testament
- De Eerste Wereldoorlog in foto’s – J.H.J. Andriessen 2002
- De Groote Oorlog (Het Koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog), 2de Druk 2013 – Sophie De Schaepdrijver
- De Lange Weg naar Kluisbergen – Berten Dekeyzer
- Dienst Burgerzaken gemeente Kluisbergen – Wim Vanhaesebroeck
- Familiekunde Vlaanderen – Regio Vlaamse Ardennen (rouwbrieven, bidprentjes en databank)
- FamilySearch
- Herdenkingsproject van Defensie 1914-2014
- Het Rijksarchief – AGATHA
- In Flanders Fields-kenniscentrum
- Koninklijke Nationale Verbroedering der Grenadiers vzw
- Médecins de la Grande Guerre
- Tot aan de IJzer – Max Deauville (vertaling uit 2011 van de Franse publicatie in 1917)
- Traces of War
- War Dead Register van het War Heritage Institute te Brussel
- Wikipedia
- WorldWideWeb
De cijfers in dit artikel zijn indicatief. Nog dagelijks zijn er wijzigen in de databanken.
Met dank aan:
- Brigitte De Keyser voor haar inputs – achterkleindochter van Florent en Elodie
- Johan Coopman, Kolonel e.r. bij het Wapen van de Logistiek, voor zijn waardevolle boekentips en andere gerelateerde bronnen en voor het nalezen van dit tekstje
- Emilie Verhaeghe voor de correcties en de eindredactie.

Een detail van de hoeve van de familie Vanden Abeele anno 2025? Dit is vermoedelijk NIET de poort waar in 1928 de familiefoto is genomen … of toch?
04 november 2025 – Marc De Donder – Kernlid Erfdeel Kluisbergen
