Het huis met het torentje

Dit verhaal kent zijn oorsprong in de 16de eeuw in het graafschap Artesië (Artois) … 

1517 – Luther, Calvijn & Zwingli hebben Keizer Karel, de Paus & de Katholieke Kerk uitgedaagd.
De Contrareformatie ten gevolge van het Concilie van Trente (1545-1563).
De beeldenstorm in 1566.
De 80-jarige oorlog (1568-1648), tussen de 17 Provinciën

en de Spaanse erfgenamen van Karel V.
De Hugenoten prediken het protestantisme in Frankrijk.

In 1572 sterven tienduizenden aanhangers een gewelddadige dood tijdens de Bartholomeüsnacht
Vlaanderen staat onder de voogdij van Margaretha van Parma,

een bastaarddochter van de keizer.                                                                                                    

Tegen deze achtergrond moeten we dit detail uit onze geschiedenis kaderen.

Rond 1563 vlucht Robert Behagle van Armentières in Artesië naar Antwerpen. Zijn zoon Martyn huwt er in 1571 met Joanne van Meldert. Ze zouden 11 kinderen krijgen, geboren tussen 1572 en 1592: de oudste te Antwerpen, de jongste te Berchem nabij Oudenaarde. Martyn & Joanne ontvluchten Antwerpen in 1576, tijdens de Spaanse Furie! De geschreven overleveringen vertellen dat ten tijde van dit niets en niemand ontziend stadsgevecht van plundering, moord, brand en verkrachting Martyn “zijne vrauwe ende kinderen op den backwaghen laedde die hij spande ende quaemen ghevlucht tot Berchem bij Audenaerde, alwaar den joncxten kint Lauwereyns gheboren wierd op de keermesse avont 1592”.

Die jongste zoon was dus Lauwereins, geboren op 1 Sep 1592 te Berchem (het huidige Kluisbergen). Eén vraag blijft intrigeren: ‘waarom vluchtten Martyn en Joanne naar een godvergeten dorp als Berchem nabij Oudenaarde’? Misschien verbleven er reeds verwanten van hen in onze contreien?

Anderhalve eeuw komt de familie Behagle voor in historische documenten van de stad Oudenaarde. Ze waren actief in de lakenhandel en de (wand)tapijtweefkunst tussen 1600 en 1750. Gevlucht voor de godsdienstoorlogen hebben ze zich over een groot deel van het Europese vasteland verspreid.

Wat schrijft Berten De Keyzer (†) hierover in zijn De Lange Weg naar Kluisbergen (1978-1979)?

“Het geslacht (van) Meldert is zeer uitgebreid en behoort tot de belangrijkste families wat betreft cultuur, relaties en functies in de gehele historie van het latere Kluisbergen. Ze woonden te Berchem (huis met torentje in de Kapellestraat), Kwaremont en Ruien.”                                                                              

Van bovenstaande stamboom, wordt slechts 1 persoon vermeld in De Lange Weg naar Kluisbergen: Abraham van Meldert, geboren te Rotterdam in 1594, een neefje van Joanna.

Ook het geslacht Haza(e)rt behoorde tot de families met aanzien in onze regio.

Over de Hazaerts:

Ze bekleedden te Berchem heel wat belangrijke functies.

De oudst beschrevene Hazaert is Joos, schepen te Berchem. Vermoedelijk herbergier van Den Inghel, waar de baljuw in 1544 een hoorzitting hield omtrent een doodslag. In de herberg van Joos ontstond in 1546 een brand in de schoorsteen van de keuken. Minstens 34 aanpalende huizen op ‘de ploatse’, met schuren en stallen, gingen verloren alsmede de oogst, kleren en huisraad. De slachtoffers brachten de zaak voor de Raad van Vlaanderen, maar Joos Hazaert werd door de rechter vrijgesproken.

Zijn zoon Symoen Hazaert was omstreeks 1550 baljuw van Berchem en Avelgem. In 1560 was hij schepen te Zulzeke en Kwaremont. Hij staat ook genoteerd als onderwijzer of als controleur van het onderwijs. Symoen werd in 1570 vermoord te Ronse.

Hubrecht Hazaert (°1553), zoon van Symoen, was clericus (koster) in 1569 en later griffier te Berchem en was ook schepen te Berchem, Zulzeke, Kwaremont & Ruien. In 1593 is hij ook possessor van de kosterij te Berchem, een ambt dat hij waarschijnlijk nooit in de praktijk heeft uitgeoefend. Hij was ook even baljuw, ontvanger & griffier van Ter Ruwen. In 1588 was hij schepen van de Prince van Boussu.

Over de van Melderts:

Abraham van Meldert (†1657) was leenman te Kwaremont – dus ook lid van het gerechtelijk apparaat van de heerlijkheid Berchem – en oproepbaar door de baljuw. In 1634 wordt hij ‘ontleende man van haere exc. de gravinne de Nassau’ genoemd, van ‘haer hof van Sulseke ende Quaremont’. Later wordt hij zelfs ontvanger van de Gravinne van Nassau en schepen te Zulzeke, Kwaremont & Ruien én daarenboven griffier. In 1637 is hij de eerste ‘openbaar’ notaris te Berchem. Abraham van Meldert was gehuwd met Suzanne Hazaert, dochter van Hubrecht! Abraham volgde zijn schoonvader op in heel wat functies.

(Pieter) Anthone (†1677), zoon van Abraham, is griffier in de heerlijkheid Zulzeke en Kwaremont en schepen te Berchem. Hij liet tegen de regels in ooit zijn graan malen op een molen te Ruien, waarop de heer van Berchem deze zaak aanhangig maakte bij de Raad van Vlaanderen.

Zijn zoon, Anthone Pieter (†1703), volgde zijn vader op als griffier van Kwaremont, Zulzeke en Ruien. Deze man was zeer autoritair en werd gevreesd. Hij huwde Petronella De Brauwere. In 1688 was hij pachter van het Goet ten Muushoele te Ruien (in de huidige Vuntestraat). In 1697 was hij leenman te Kwaremont en in 1699 was hij ook ontvanger en rentmeester van de Prins van Nassau.

In de teksten komt ook regelmatig een Anthone voor zonder de combinatie met ‘Pieter’!!?? De 3 combinaties Pieter Antone, Antone Pieter en Anthone worden door elkaar gebruikt. Het is dus uiterst moeilijk om deze 3 personen van elkaar te onderscheiden als er geen datum bij het document hoort. Volgens een Geneanetbron zou de juiste volgorde Abraham → zoon Pieter Anthone → kleinzoon Anthone Pieter moeten zijn. Diezelfde bron linkt Pieter Anthone aan Marie Claude de Staffe via een huwelijk. Zij zou een dochter zijn van de grootbaljuw van Berchem, maar Berten De Keyzer heeft hierover niets kunnen terugvinden.

Een staaltje van naamsverwarring: in 1697 krijgt Pieter Anthone van Claude Richardot, de heer van Gruuthuse – Colonel des Dragons de sa Majesté, om bewezen diensten drie functies toegewezen: hoogpointer van de Kasselrie van Oudenaarde, hoog en klein baljuwschap van Avelgem en baljuw te Berchem. Dit blijkt uit een notariële akte bij notaris Gillis Behaeghe uit Oudenaarde. Gezien Pieter Anthone al in 1677 overleden was kan het dus bijna niet anders dan dat het hier Anthone Pieter betreft.

Jan Frans (†1752), de zoon van Anthone Pieter en gehuwd met Kathelyne Camberlijn, is in 1705 baljuw te Berchem. Blijkbaar was zijn benoeming nogal gecontesteerd, want hij was niet aangesteld door de heer van Berchem! In 1697 wordt hij tot possessor benoemd door de hertog van Beieren, gouverneur der Nederlanden. In 1714 is hij griffier van Zulzeke, Kwaremont & Ruien. Rond 1700 zou er een klacht zijn geweest over het beheer van de Erpelghem-kapel waarvan Jan Frans titularis was. Hij zou zijn vader hebben bevoordeeld met hout van deze kapelanie voor de restauratie van een molen in zijn bezit.

In 1752 volgt Emanuel zijn vader Jan Frans op als baljuw te Berchem en griffier te Zulzeke, Kwaremont en Ruien.

Na Emanuel blijkt de erfopvolging in het baljuwschap, schepen of griffier gestopt! Er wordt nog een Theresia van Meldert vermeld als echtgenote van Eugeen Gheerts, onderbaljuw te Berchem en in 1790 ene Hendrik van Meldert. Vermoedelijk is deze Hendrik de laatste baljuw in functie, want in 1794 komt Vlaanderen tot 1815 in handen van Frankrijk. In deze periode van iets meer dan 20 jaar worden er belangrijke wijzigingen ingevoerd: burgerlijke stand, huisnummers, familienamen, loting voor de legerdienst (dit systeem zal bestaan tot 1913 met de invoering van de algemene dienstplicht), … en komt er een einde aan het feodaal stelsel dat zowat 800 jaar heeft standgehouden. De kerken en de kloosters verliezen hun macht en de baljuw wordt voortaan vervangen door een burgemeester.

De van Melderts woonden vanaf eind 17e eeuw in het grote huis tegenover het hospitaalklooster te Berchem in minstens 2 huizen naast elkaar in de toenmalige Cappellestraat.

Deze schets uit ca 1700, laat duidelijk het hospitaalklooster zien met daartegenover het gebouw met het torentje en de inrijpoort: het huis van van Meldert. Rechts ervan zien we eveneens een gebouw met een gekanteelde inrijpoort: de “ambts”-woning van de baljuw van Meldert. Tegenover die inrijpoort zou de vierschaar liggen, maar daarover zijn de teksten van Berten niet eenduidig!

Hun eigendom van weleer is vandaag, na zowat 300 jaar, nog steeds zichtbaar in de Berchemstraat: de pare huisnummers vanaf Nr 14 tot en met 30 (of 32?).

In de nacht van 6 op 7 februari 1690 woedde een hevige brand in de woningen van de van Melderts. De heropbouw volgde snel. Bij de restauratie werd het jaartal 1690 gesmeed in het ijzeren anker dat op de achtergevel van het torentje – net boven de toegangspoort – nog steeds te zien is.

De van Melderts hebben ook een grote rol gespeeld in de relatie tussen de parochie Berchem en de abdij van Saint-Thierry nabij Reims.

In 1700 was de grote of decimale klok in de kerktoren te Berchem gebarsten. In 1702 geeft de abt van de abdij van Saint-Thierry zijn goedkeuring om de klok opnieuw te gieten. Pas in 1715 is er een akkoord tussen een klokkengieter en de kerk. Dat akkoord werd medeondertekend door baljuw Jan Frans van Meldert. In totaal werden er 4 nieuwe klokken gegoten. In de kleinste werd volgende tekst gegraveerd:

Mijnen naeme is Jan, mijnen peter dheer francies van Meldert balliu dese prochie van berghem, mijn meter joncfrauw joanne van hoorenbeke huysvraouwe van dheer vander schelden griffier dese prochie. fondu par maitre joan albertin et nicolas chesvres sons

Jan Frans krijgt ook een vermelding op de grootste klok door zijn functie als baljuw.

Genealogie:

De van Melderts hebben inderdaad hun stempel gedrukt op onze lokale geschiedenis maar er is helaas geen enkele link gevonden met Martyn Behagle noch met zijn echtgenote Joanna van Meldert van voor 1576! Op Geneanet staan bij verschillende beheerders flarden van de families: Behagle, van Meldert en Hazaert. Zelden volledig en heel vaak zijn duidelijke sporen van de copy/paste-knop te zien. Het lag zeker niet in mijn bedoeling om deze fragmenten aan elkaar te lijmen om een complete stamboom van deze geslachten op te maken.

Epiloog:

Martyn Behagle – poorter te Oudenaarde sinds 1604 – en zijn vrouw ‘Janneken’ liggen samen met hun oudste zoon Martyn en hun schoondochter, begraven aan de ‘zulle’ van de Sint-Janskapel in de Sint-Walburgakerk te Oudenaarde. De grafsteen is voorzien van het wapenschild van Behagle en Tomare & van Meldert en van Wuelewe evenals de namen van hun 11 kinderen. Helaas is die grafsteen verdwenen bij het aanleggen van een nieuwe vloer in de kerk. Een tekening is gelukkig wel bewaard gebleven.      

Hun jongste zoon Lauwereins huwde maar liefst 3 keer! Hij werd tweemaal vrij jong weduwnaar. Hij ligt begraven in de Pamelekerk samen met zijn beide eerste vrouwen. Maar ook deze grafsteen is verdwenen!

De kans is zeer reëel dat Martyn Behagle en Joanna van Meldert hun toevlucht tot deze streek hebben genomen omdat ze via hun gilde (of hun geloof) in contact kwamen met kunstschilders, bouwmeesters, edelsmeden, tapijtsiers, beeldhouwers, beeldsnijders, geleerden en historische schrijvers uit de streek van Oudenaarde.           

De Behagles zijn rechtstreekse voorouders van de notarissenfamilie Vandermeersch
[oorspronkelijke familienaam: van Meersche – nabij Berchem] uit Oudenaarde.

De lijfspreuk van de Behagles was ‘bon guet chasse malaventure’ 
[vrij vertaald: goed uitkijken voorkomt ongeluk]

Geconsulteerde bronnen:

  1. Kunstenaarsfamilies van Oudenaarde – E. Vandermeersch-Lantmeeters – 2001
  2. De Lange Weg naar Kluisbergen – Berten De Keyzer – 1978-1979
  3. Geneanet.org
  4. Wikipedia

door Marc De Donder